NRC Handelsblad, 8 juli 2009

"Ik wil geen rijkeluisverpleeghuis"

Kamerlid Depla (PvdA) over hervorming van maatschappelijke ondernemingen

Door onze redacteur
Menno Tamminga

Het idee dat burgers geld in het maatschappelijk middenveld steken, is een typisch CDA-idee. Hoe kijkt coalitiepartner PvdA aan tegen dit voornemen voor de semi-publieke sector?

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) stuurde deze week het lang verwachte wetsontwerp voor de hervorming van organisaties in de semi-publieke sector zoals zorg, woningcorporaties en scholen, naar de Tweede Kamer. Het voorstel zit vol CDA-ideologie. De kern: burgers en andere belanghebbenden moeten meer invloed krijgen op het reilen en zeilen van deze zogeheten maatschappelijke ondernemingen, inclusief juridische acties om falende bestuurders af te zetten. Een deel van dit "maatschappelijke middenveld" moet ook een beroep kunnen doen op de burger als kapitaalverschaffer. Hoe reageert Tweede Kamerlid Staf Depla, woordvoerder op dit gebied voor coalitiepartij PvdA?

Wat vindt u van het wetsvoorstel?
"Het mooie is dat de semi-publieke sector nu een nieuwe fase ingaat. De beginjaren in de vorige eeuw waren gebaseerd op vrijwilligerswerk van de oprichters van scholen, woningcorporaties en zorginstellingen. Vervolgens nam de staat steeds meer over, zoals de financiering. Toen kwam de fase dat iedereen de markt op moest, zoals de woningcorporaties die vanaf 1995 zelfstandig werden. Daar zijn we in blijven steken en zo zitten we nu in de fase van "waardenloosheid". Zelfbenoemde regenten, zoals Pieter Winsemius [ex-minister van Volkshuisvesting, VVD; red.] hen noemt, hebben de macht. Als ze het goed doen, is het feest om in een huis van een regent te wonen, maar het komt te vaak voor dat zij zich bezighouden met fusies, reorganisatie en andere processen, niet met de kwaliteit van de dienstverlening aan de burgers. In de nieuwe fase moeten professionals in het middenveld en burgers meer invloed krijgen. Mijn grote zorg is dat de politiek wel wordt aangesproken op het functioneren van de publieke dienstverlening, maar dan zegt: wij kunnen er niets aan doen, want het zijn zelfstandige organisaties die buiten de overheid staan. Dan staat de democratie in haar hemd. Waarom zou je dan nog naar de stembus gaan?"

Is dit wetsvoorstel effectief als je ziet dat er vooral nieuwe overlegstructuren bijkomen?
"Nee, niet als dit het enige wetsontwerp zou zijn. Dit is niet het hele antwoord op de vervreemding van de publieke sector. Voor het hele antwoord moet je ook kijken naar bijvoorbeeld de brief van minister Van der Laan (Wonen Wijken Integratie, PvdA) over de woningcorporaties. Aan de ene kant meer macht voor bewoners en gemeenten, maar zelf ingrijpen als de kwaliteit onder de maat blijft. Of naar de wijziging van de medezeggenschap in het beroepsonderwijs, waarin docenten weer de macht krijgen over onderwijsprogramma's en didactiek."

Het idee dat burgers geld in het middenveld steken, leeft al lang in het CDA. Ouders die investeren in de school van hun kinderen, die daarmee leraren beter kan betalen zodat zij beter onderwijs geven: is dat een goed idee?
"Vroeger lieten mensen hun geld aan de kerk na, dus waarom zou je je geld nu niet schenken aan het verpleeghuis waar je je laatste jaren bent geweest? Schenken is mooi. Maar het moet niet zo zijn dat je vervolgens rijkeluisverpleeghuizen krijgt en arme. Zoals je in Engeland een tweedeling in de zorg hebt gekregen tussen de publieke National Health en particuliere zorg. Dit geldt ook voor het onderwijs. Als je als ouder alleen door geld te geven goed onderwijs krijgt voor je kind, dan gaan we over de schreef."

Het wetsontwerp wil burgers en belanghebbenden meer juridische macht geven om falend beleid aan te pakken. Maar in de semi-publieke wereld bestaan geen clubs als de Vereniging voor Effectenbezitters die als luis in de pels voor het bedrijfsleven nuttig werk verrichten. Blijft het dan niet bij woorden?

"De rechter is altijd het sluitstuk. Het gaat niet om meer overheid, of meer markt, maar om meer tegenmacht van de belanghebbenden, zoals zorgmedewerkers, ouders en huurder tegen de zelfbenoemde regenten. Met dit voorstel krijg je niet direct meer particulier initiatief van de grond. Je hebt in de semi-publieke sector bijvoorbeeld overal mega-organisaties die zijn ontstaan uit fusie op fusie. Fusies moet je aan banden leggen. Niet door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) te laten beoordelen of de concurrentie op de markt verslechtert, maar of de dienstverlening verbetert. Zo niet, geen fusie. Zo'n fusietoets komt er voor corporaties en hij is in de maak voor het onderwijs. Dat moet in sectorspecifieke wetgeving worden geregeld. De volgende stap is schaalverkleining. Zoals huurders die zelf een woningcorporatie kunnen oprichten. In het onderwijs betekent de-fuseren een kanteling. Het feit dat de mogelijkheid bestaat, geeft direct andere machtsverhoudingen tussen bestuurders en professionals."

CDA: burgerinvloed op semi-publieke sector
Nederland heeft naar verhouding een van grootste semi-publieke sectoren ter wereld. De gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale huursector bestaan uit private bedrijven met publieke taken en (deels) publieke financiering uit premies en belastingen. Zij zijn meestal stichtingen. Vanuit het CDA komt al jarenlang de roep om meer burgerinvloed. Dat leidde in 2005 tot een rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, dat toen geleid werd door Ab Klink, de huidige minister van Volksgezondheid. Ook de Sociaal Economische Raad en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid hebben rapporten geschreven over een nieuwe rol voor en een hervorming van het bestuur van deze zogeheten maatschappelijke ondernemingen, inclusief een eigen rechtsvorm. Minister Hirsch Ballin heeft maandag het wetsontwerp voor de maatschappelijke onderneming ingediend. De Tweede Kamer kan daarover eind dit jaar debatteren.

Vorige pagina