22 september 2009

Vragen van de leden Depla en Heerts (beiden PvdA) aan de minister van Justitie over aangifte van fraude door een islamitische school die het openbaar ministerie niet in behandeling neemt, en de antwoorden van de Minister van Justitie

  1. Hoe beoordeelt u het bericht dat het Openbaar Ministerie (OM) de aangifte tegen de Stichting Islamitische School Helmond niet in behandeling neemt? 1)

    Antwoord vraag 1
    Ik ben bekend met het bericht. Voor mijn beoordeling van de zaak, verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 4.

  2. Acht u het verteerbaar dat deze stichting € 900.000 belastinggeld oneigenlijk heeft gebruikt? Is het waar dat de helft van dit bedrag onrechtmatig is aangewend voor zelfbeloning en vergoedingen voor spookwerknemers? Is het waar dat de verantwoordelijken nu strafrechtelijk vrijuit gaan met de argumentatie van het OM dat de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende mogelijkheden heeft om het geld terug te vorderen en op te treden tegen het bestuur?

    Antwoord vraag 2
    Oneigenlijk gebruik van belastinggeld is niet wenselijk en daartegen wordt opgetreden. Zie overigens mijn antwoord op vraag 4.

  3. Is het waar dat een uitkeringsgerechtigde al strafrechtelijk vervolgd kan worden bij fraude vanaf 1600 euro? Hoe beoordeelt u tegen deze achtergrond het niet vervolgen door het OM?

    Antwoord vraag 3
    In fraudezaken waarin sprake is van meer dan € 10.000,- nadeel, wordt gekozen voor een strafrechtelijke aanpak. Hierop zijn uitzonderingen in gevallen waarin sprake is van recidive of het mogelijk afwezig zijn van bestuursrechtelijke maatregelen. Zie overigens mijn antwoord op vraag 4.

  4. Wat is er bij zo’n frauderend schoolbestuur nodig om het OM alsnog te laten overgaan tot strafrechtelijke vervolging?

    Antwoord vraag 4
    Omdat onderzoeken op het terrein van de financieel-economische in het algemeen criminaliteit complex en arbeidsintensief zijn, moet het Openbaar Ministerie, in verband met de beschikbare opsporings- en vervolgingscapaciteit, keuzes maken. Ondermeer wordt bezien waar het meeste effect van strafrechtelijke handhaving mag worden verwacht.

    Naar aanleiding van de aangifte van het ministerie van OCW tegen de Stichting Islamitische School Helmond is door de FIOD/ECD een feitenonderzoek verricht, ter voorbereiding van de beslissing al dan niet een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Dat feitenonderzoek heeft geleid tot de beslissing van het Openbaar Ministerie om geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Het Openbaar Ministerie heeft mij hieromtrent bericht dat weliswaar geconstateerd is dat zich in de financiële verantwoording van de Stichting onregelmatigheden hebben voorgedaan, maar dat het OM van oordeel is dat civielrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk optreden zou moeten zou moeten prevaleren boven een strafrechtelijke procedure.

    Mede gelet op het bestuursrechtelijke instrumentarium waarover de Minister van OCW beschikt, is het OM van oordeel dat de resultaten van het feitenonderzoek geen strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigden.
1) Elsevier, 26 augustus 2006: “Justitie doet niks met fraude-aangifte

Vorige pagina