18 februari 2010

Vragen van het lid Depla (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het beleggingsverlies van onderwijsinstellingen in 2008

  1. Hoe beoordeelt u het forse beleggingsverlies van onderwijsinstellingen in 2008 ten gevolge van de beurscrisis, waarvan nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijk geven?[1]

    Onderwijsinstellingen hebben in 2008 een boekwaardeverlies van Ä 47 miljoen geleden op hun voor langere termijn aangehouden beleggingen.
    Zolang de instellingen deze beleggingen niet hoeven te verkopen, treedt geen feitelijk verlies op. Voor een groot deel is het boekwaardeverlies inmiddels weer ingelopen.

  2. Hoe verhoudt dit beleggingsverlies zich tot de Regeling beleggen en belenen door instellingen van onderwijs en onderzoek, die alleen beleggingen toestaat waarbij de hoofdsom is gegarandeerd?

    Juist om te voorkomen dat instellingen op hun niet voor lopende betalingen benodigde middelen die wij ze geven om de wettelijke taak uit te voeren feitelijk verlies kunnen lijden, is in 2001 de Regeling beleggen en belenen door instellingen van onderwijs en onderzoek (hierna: Regeling BenB) van kracht geworden. Daarin is geregeld dat instellingen alleen mogen beleggen in producten, waarbij - zodra een bedrag weer wordt opgenomen - de ingelegde hoofdsom in tact moet zijn.

    De regeling is naar aanleiding van de recente problemen met spaar- en beleggingsvormen bij onder meer IJslandse banken per 1 januari 2010 aangescherpt in navolging van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De aanscherping komt erop neer dat voor de beleggingen en beleningen vanaf 2010 door instellingen van onderwijs en onderzoek de ratingeisen zijn verhoogd van A:
  3. tot AA-minus voor de financiŽle onderneming waarvan beleggings- en beleningsvormen voor een periode van meer dan drie maanden worden betrokken en
  4. tot AA voor het land waarin deze financiŽle onderneming gevestigd mogen zijn.

  5. De Inspectie van het Onderwijs had in het jaarwerkplan 2009 onderzoek naar het beleggings- en beleningsbeleid van de instellingen opgenomen. Dit voorjaar rondt de Inspectie dit onderzoek af. Op grond van de resultaten zal de Inspectie waar nodig maatregelen treffen, zodanig dat de instellingen hun beleggingen in overeenstemming brengen met de Regeling BenB.

  6. Acht u het los daarvan aanvaardbaar dat scholen met geld dat in wezen is bedoeld voor onderwijs een gokje waagden?

    Zonder te willen vooruitlopen op het in mijn antwoord op vraag 2 genoemde onderzoek van de Inspectie, herkennen wij het beeld dat onderwijsinstellingen met publieke middelen speculeren niet. In tegendeel; zo wijst het rapport van commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen op voorzichtigheid in het financieel beheer. Het is vanzelfsprekend evenmin aanvaardbaar dat scholen met publieke middelen speculeren. Dat is dan ook al vanaf 2001 met de invoering van de Regeling BenB verboden. In de Regeling BenB is immers voorgeschreven dat besturen met hun beleggingen prudent moeten omgaan. En wel juist vanwege het onderwijsdoel daarvan, zodat de middelen beschikbaar zijn zodra ze nodig zijn voor het wettelijke onderwijs.

  7. Op welke wijze(n) gaat u de betrokken scholen en onderwijsinstellingen aanspreken op hun beleggingsbeleid?

    Alle onderwijsinstellingen worden door accountants getoetst op hun beleggingsbeleid. Hierbij wordt zowel op individuele beleggingsproducten als op het beleid (treasury statuut) getoetst. Indien hiertoe aanleiding bestaat, worden besturen hierop aangesproken door de Inspectie van het Onderwijs; de Inspectie zal betreffende besturen dan de opdracht geven hun beleggingen in overeenstemming te brengen met de Regeling BenB. Bovendien wordt over de Regeling BenB voorlichting gegeven. Ten slotte worden in het reguliere overleg met de vertegenwoordigers van het onderwijsveld de verbeteracties gemonitord die zijn beschreven in de kabinetsreactie van begin november 2009 op het advies van de commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen. Met name twee van deze verbeteracties hebben namelijk ook betrekking op dit terrein:
  8. de beoogde opleidingen op het gebied van financieel beleid en beheer;
  9. de beoogde verbetering van de financiŽle professionaliteit.
[1] NRC, 18 februari 2010: ďFors beleggingsverlies onderwijsinstellingen in 2008Ē

Vorige pagina