15 september 2009

Vragen van de leden Spekman en Depla (beiden PvdA) aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en antwoorden van de minster (4 november 2009)

Over het vernietigen van inboedels na ontruimingen
  1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending van TROS Radar over het vernietigen van inboedels na een ontruiming? [1]

    Antwoord vraag 1
    Ik heb daar kennis van genomen.

  2. Wat is uw reactie op deze uitzending?

  3. Is het waar dat vaak onduidelijke situaties ontstaan tijdens ontruimingen, omdat niet helder is wie verantwoordelijk is voor de inboedel en wat daarmee moet worden gedaan?

  4. Wie is volgens u verantwoordelijk voor de inboedel bij een ontruiming? En nadat die eenmaal op straat is gezet?

    Antwoord vraag 2, 3 en 4
    Aan een ontruiming ligt altijd een rechterlijke uitspraak ten grondslag, waarmee de huurovereenkomst wordt ontbonden. De huurrelatie is daarmee beŽindigd en de huurder heeft niet langer het recht om in de woning te blijven. Het vonnis van de rechter wordt door de gerechtsdeurwaarder uitgereikt aan de (ex-)huurder en deze wordt opgeroepen om vrijwillig de woning te verlaten. Als de (ex-)huurder dit nalaat en het verlaten van de woning moet worden afgedwongen, dan executeert de gerechtsdeurwaarder in opdracht van de verhuurder het ontruimingsvonnis van de rechter en ziet de gerechtsdeurwaarder toe op het verplaatsen van de inboedel uit de woning naar de openbare weg, zodat de woning leeg ter beschikking wordt gesteld van de verhuurder. Na de ontruiming heeft de gerechtsdeurwaarder geen zorgplicht meer ten aanzien van de ontruimde inboedel.

    Zodra de inboedel aan de openbare weg is geplaatst is het primair de verantwoordelijkheid van de ex-huurder om zorg te dragen voor zijn eigen inboedel. In de praktijk zorgen vaak gemeenten voor de afvoer en opslag van inboedel.

    Op grond van artikel 14 van de Gerechtsdeurwaarderswet moet er bij een woningontruiming voorafgaand melding worden gedaan aan het college van Burgemeester en Wethouders van de datum en het tijdstip van de feitelijke ontruiming. Van een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Groningen, is bekend dat de gemeenten deze melding gebruiken om vroegtijdig tot actie over te gaan. Hierdoor wordt een aantal huisuitzettingen voorkomen (van januari 2009 tot en met augustus 2009 gaat het in de gemeente Groningen om 18 ontruimingen die zo voorkomen zijn). Ik juich een dergelijke werkwijze met een actieve opstelling van de gemeente zeer toe. Ook corporaties zouden hier een actieve rol in kunnen spelen. Deze werkwijze is ook voor andere gemeenten interessant en zal via de Verzamelbrief van het ministerie van SZW onder de aandacht van gemeenten worden gebracht. De VNG zal via haar kanalen de gemeenten eveneens op deze werkwijze attenderen en gemeenten vragen om actief soortgelijke of andere succesvolle aanpakken om huisuitzettingen te voorkomen, aan te leveren voor de VNG website zodat ook anderen ervan kunnen leren. In een intakegesprek zullen schuldhulpverleners ook alert moeten zijn op de vraag in welke mate de schulden bedreigend zijn en hun hulpaanbod hierop aanpassen. Er is sprake van bedreigende schulden als er huisuitzetting dreigt of het opzeggen van de beŽindiging van energie en water of de ontbinding van de zorgverzekering. Snelle actie is daarbij essentieel. Dat is ook de reden dat in het wetsvoorstel voor de gemeentelijke schuldhulpverlening het uitdrukkelijk de bedoeling is dat burgers met zogenaamde bedreigende schulden binnen drie werkdagen een intake krijgen.

  5. Is het waar dat als gevolg van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een ontruimende verhuurder kan worden aangesproken voor het op straat zetten van een inboedel? Om welke uitspraak van de Afdeling gaat het? Bent u bereid eventuele ongewenste consequenties van deze uitspraak te repareren?

    Antwoord vraag 5
    De Raad van State (RvSt 07-11-01 (Brunssum) JG 02.006 RvSt (Naarden) JG 02.0151) heeft geoordeeld dat ook de verhuurder als overtreder van de Algemene Plaatselijke Verordening dient te worden aangemerkt (namelijk dat het verboden is zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders voorwerpen of stoffen op of aan de openbare weg te plaatsen of te hebben) en dat de kosten voor afvoer en opslag ook aan de verhuurder in rekening kunnen worden gebracht.

    Of er door deze uitspraak een ongewenste situatie ontstaat en of deze zal moeten worden gerepareerd, zal nader door de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden bekeken.

  6. Is het waar dat gemeenten een aankondiging van een woningontruiming aangrijpen om een verhuurder bestuursdwang aan te zeggen, waardoor die wordt gedwongen de inboedel onder zich te nemen?

    Antwoord vraag 6
    Ik beschik niet over feitelijke informatie op dit punt. De VNG heeft aangegeven dat er wel signalen zijn dat gemeenten bestuursdwang inzetten om een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening te voorkomen. Het is niet bekend hoe vaak dit voorkomt.

    Er is ook een aantal gemeenten die de aankondiging van een woningontruiming juist aangrijpen om actief hulp te bieden en/of zorg dragen voor een correcte afvoer en opslag van de inboedel.

  7. Hoe kan worden voorkomen dat inboedels, die soms nog in prima staat zijn en ook spullen van emotionele waarde bevatten, na een ontruiming worden vernietigd?

    Antwoord vraag 7
    De (ex)huurder wordt voor de ontruiming door de gerechtsdeurwaarder opgeroepen vrijwillig de woning te verlaten. Voorzover op de inboedel geen beslag is gelegd door de deurwaarder om hieruit huurschuld te voldoen, kan de (ex)huurder vrijwillig vertrekken onder medeneming van zijn inboedel. Dit voorkomt dat de inboedel verloren gaat. Pas als de (ex)huurder weigert vrijwillig te vertrekken en de gerechtsdeurwaarder de woning gedwongen ontruimt, zet hij de achtergebleven inboedel aan de openbare weg.

  8. Bestaan er afspraken tussen bijvoorbeeld de kredietbanken, de VNG en de woningcorporaties over wat te doen in het geval van een huisuitzetting? Zo ja, zijn dit landelijke afspraken? Zo nee, bent u bereid die partijen bij elkaar te brengen om alsnog zulke, eenduidige, afspraken te realiseren?

  9. Bent u van mening, en zo ja, bereid, om, als zulke afspraken niet mogelijk blijken te zijn, de van toepassing zijnde wet- en regelgeving aan te passen?

    Antwoord vraag 8 en 9
    Er zijn geen landelijke afspraken tussen corporaties en gemeenten.
    Wel hebben veel gemeenten samenwerkingsafspraken gemaakt met hun (lokale) corporaties om in een vroeg stadium geÔnformeerd te worden over betalingsproblemen met de huur. Een schuldhulpverleningstraject kan dan tijdig starten waardoor huisuitzetting kan worden voorkomen.

    Op lokaal niveau worden wel afspraken gemaakt. Goede lokale afspraken, ondermeer over vroegsignalering, zijn noodzakelijk bij het voorkomen van schulden. Voorbeelden van goede lokale samenwerkingsafspraken worden door Aedes, vereniging van woningcorporaties dan ook onder haar leden verspreid.

  10. Bent u met ons van mening dat het beleid er vooral op gericht moet zijn om huisuitzettingen te voorkomen, en mensen met schulden in een eerder stadium te helpen? Gebeurt dat op dit moment voldoende, en zo ja, hoe? Hoeveel huisuitzettingen vinden er jaarlijks plaats?

    Antwoord vraag 10
    Ja. Corporaties doen er van alles aan om het aantal huisuitzettingen te beperken. Dit doen zij door een strikt incassobeleid te hanteren, alert te reageren op elke huurachterstand en afspraken met gemeenten over vroegsignaleringen te maken. Dit zijn belangrijke maatregelen van corporaties om schulden en huisuitzettingen te voorkomen. In 2007 zijn er landelijk ruim 8.500 huisuitzettingen geweest. Veruit de belangrijkste reden voor ontruiming is huurachterstand. Een woningontruiming is een uiterste maatregel waar vaak een lange voorgeschiedenis aan vooraf gaat en die corporaties zoveel mogelijk proberen te voorkomen.
[1] Uitzending van maandag 14 september, 20.30u. op Nederland 1.

Vorige pagina