18 november 2009

Vragen van de leden Besselink, Depla (beiden PvdA) en Jasper van Dijk (SP) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de functiemix in de bve-sector (Ingezonden 6 november 2009), en de antwoorden van de minister

  1. Geldt in de bve-sector een convenant met de afspraak dat het verloop van de functies LB, LC, LD en LE (functiemix) in benchmark-presentaties op basis van een nulmeting worden bezien vanuit de Benchmark MBO 2007? 1)

    Antwoord:
    In de bve-sector geldt een convenant met de afspraak dat het verloop van de functies die beloond worden volgens de schalen LB, LC en LD, wordt gemonitord door het ministerie van OCW, op basis van de personele gegevens die de instel­lin­gen via hun salarisverwerker laten aanleveren aan het departement. Belangrijk ele­ment in het convenant is de afspraak voor de levering van personele gegevens door de instellingen aan het de­partement. Met deze gegevens kan de ontwikkeling van de functiemix in de bve-sector en in de afzonderlijke instellingen worden gemonitord. Tot op heden was dit niet goed mogelijk in de bve-sector, door het ontbreken van goede af­spra­ken omtrent gegevenslevering.

    Daarom konden in zowel de eerste als de tweede halfjaarlijkse Voortgangsrappor­tage Leerkracht van Nederland (respectievelijk als zelfstandig rapport dd. 29 april 2009, TK 27923-79 en als onderdeel van de Nota Werken in het onderwijs 2010 dd. 14 september 2009, TK 27923-88) nog geen gegevens over de sector bve wor­den gepresenteerd. De afspraken omtrent gegevenslevering waren nog niet rond waardoor de gegevens onvoldoende dekkend waren voor de sector.

    In de Voortgangsrapportage van het voorjaar 2010 verwacht ik gegevens te kun­nen opnemen over de ontwikkeling van de functiemix in de bve-sector en zal ik op grond van de dan beschikbare resultaten ingaan op de ontwikkeling van de func­tie­mix in de bve-sector.

  2. Zijn bij de eerste presentatie in 2008 deze cijfers niet gepresenteerd?

    Antwoord:
    Zie antwoord op vraag 1.

  3. Hoe beoordeelt u dat bij de instellingen waar de onderhandelaars van UNIENFTO/CMHF kijken naar de procentuele verdeling tussen de functies, bijna overal een stijging van het percentage LB-functies valt waar te nemen en een daling van het percentage functies in de schalen LC en LD?

    Antwoord:
    Zie antwoord op vraag 1.

  4. Worden LC- en LD-functionarissen bij de betrokken instellingen die weggaan, niet vervangen door nieuwe vergelijkbare docentfuncties en worden doorgroeimoge­lijk­heden van de LB-functie naar hogere functies niet benut?

    Antwoord:
    Uit de gegevens die de instellingen gaan leveren op grond van de inmiddels ge­maakte afspraken (zie antwoord op vraag 1), zal voor alle instellingen blijken hoe de ontwikkeling van hun functiemix verloopt.

  5. Welke effecten verwacht u van deze ontwikkeling voor de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep in de bve-sector op lange termijn?

    Antwoord:
    Belangrijk doel van het Actieplan Leraren is om het beroep van leraar aantrek­ke­lijker te maken, mede door een betere salariëring binnen de schaal (inkorting van de carrièrelijnen en eindeschaaltoeslag) en een verbetering van de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling binnen het leraarsberoep (in de Randstad: versterking van de functiemix). In de voortgangsrapportage die in het voorjaar van 2010 wordt gepresenteerd, zal het voor het eerst mogelijk worden om een beeld te geven van de ontwikkeling van de functiemix in de bve-sector.

  6. Welke stappen gaat u zetten om de bve-instellingen alsnog ertoe te bewegen om recht te doen aan de geest van het Actieplan LeerKracht?

    Antwoord:
    Er is inmiddels een convenant met de sector waar de afspraken over de functie­mix zijn bekrachtigd (zie ook antwoord op vraag 1), en waarin afspraken over de gegevenslevering zijn gemaakt zodat gemonitord kan worden of de instellingen zich daadwerkelijk aan de afspraken houden. Afgesproken is dat instellingen die zich niet houden aan de gemaakte afspraken, tot 100 procent gekort kunnen wor­den op de convenantsmiddelen (zowel de middelen voor verkorting van de sa­la­risschalen en voor de schaaluitloop, als (in de Randstad) voor versterking van de functiemix). Verder ben ik voornemens om via het periodiek overleg met de sociale partners in de bve-sector te gaan volgen of de afspraken daadwerkelijk worden uitgevoerd.

  7. Wilt u deze vragen beantwoorden vóór het algemeen overleg inzake leraren op 19 november 2009?

    Antwoord:
    Bij deze.
1) UNIENFTO Tijdschrift, 30 oktober 2009: “Van de voorzitter: Wordt de functie­mix toch nog een probleem?”

Vorige pagina