2 februari 2010

Zeer zwakke mbo-opleidingen moeten onderwijs snel verbeteren of anders sluiten

Gisteren was ik aanwezig bij de uitreiking door de staatssecretaris van de prijs voor het beste leerbedrijf en de beste praktijkopleider in het mbo. Mooie voorbeelden van hoe goed het beroepsonderwijs in ons land kan zijn. Maar gisteren kwam ook de minder mooie kant van het MBO in het nieuws. Opleidingen die zwak of zeer zwak zijn. Volgens de cijfers van de inspectie krijgen 4500 studenten les op zwakke en zeer zwakke scholen. Ook deze jongeren tellen mee en verdienen goed onderwijs. Daarvoor moeten we in actie komen. Lees hier onder de Kamervragen die ik daar over gesteld heb.

Onze jongeren hebben recht op goed onderwijs. En de slecht presterende opleidingen mogen zich niet verschuilen achter het gemiddelde en de goed draaiende scholen verdienen een pluim.

Lees hier onder mijn kamervragen, gevolgd door de vragen van collega Jasper van Dijk (SP)
Vragen van het lid Depla (PvdA) aan staatssecretaris van Bijsterveldt - Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over zeer zwakke MBO-scholen
  1. De onderwijsinspectie heeft een lijst gepubliceerd van zwakke en zeer zwakke mbo-opleidingen, is het waar dat deze lijst nog niet compleet is en dat de komende maanden nog meer mbo-opleidingen door de inspectie op de lijst van (zeer) zwakke scholen gezet kunnen worden?

    Antwoord:
    Op de internetlijst van de inspectie staan de opleidingen van onvoldoende examenkwaliteit en de opleidingen van onvoldoende onderwijskwaliteit. Van onvoldoende examenkwaliteit is sprake als de examinering niet aan de examenstandaarden voldoet. Van onvoldoende onderwijskwaliteit is sprake als de opleiding (1) te weinig opbrengsten behaalt, cq. te weinig gediplomeerden oplevert, én (2) het onderwijsproces ernstige tekortkomingen vertoont. Onvoldoende examenkwaliteit zegt niets over de onderwijskwaliteit en andersom. De opleidingen van onvoldoende onderwijskwaliteit worden zeer zwak genoemd.

    De zwákke opleidingen staan níet op de lijst. Zwakke opleidingen zijn opleidingen waarvan de opbrengsten niet voldoen aan de norm óf het onderwijsproces niet voldoet aan de norm. Net als in het po en vo, worden de zwakke opleidingen niet gepubliceerd op de internetlijst maar zijn wel te vinden in de openbare inspectierapporten van de individuele scholen.

    De internetlijst van zeer zwakke mbo opleidingen is een dynamische lijst die elke maand aangepast wordt. Er gaan dus per maand opleidingen van de lijst af waar herstel geconstateerd is, en er komen opleidingen bij waar tekortkomingen vastgesteld zijn. De lijst is dus nooit definitief.

    Daarbij hecht ik eraan u te informeren over het feit dat momenteel veel onderzoeken in de pijplijn zitten. De komende maanden zullen verbeterde opleidingen verdwijnen, maar er zullen zeker ook opleidingen bijkomen. De lijst zal naar verwachting behoorlijk uitgebreid worden, want in de periode naar de zomer worden de onderzoeken naar de examens 2009 in het mbo afgerond. Dit levert maandelijks nieuwe gegevens op voor de internetlijst.

  2. Een aantal mbo-opleidingen op de lijst van (zeer) zwakke opleidingen zijn in 2007 ook als zeer zwak beoordeeld. Hoeveel jaar mag een opleiding (zeer) zwak zijn voordat deze wordt gesloten en hoe vaak is dat al gebeurd?

    Antwoord:
    Dit verschilt tussen de onderwijskwaliteit en de examenkwaliteit. Onderzoek naar onderwijskwaliteit vindt per opleiding en risicogericht plaats. Een opleiding krijgt bij zeer zwakke onderwijskwaliteit na circa een jaar een onderzoek naar kwaliteitsverbetering. De ervaring is dat driekwart tot viervijfde van de opleidingen dan hersteld is. De rest krijgt dan een formele waarschuwing en nog een jaar verbetertijd. Is het na de verbetertijd toch weer onvoldoende, dan kan de onderwijslicentie ingetrokken worden. In bijzondere omstandigheden kan een derde jaar verbetertijd gegeven worden. Tot nu toe wordt de kwaliteit altijd hersteld en is er geen onderwijslicentie ingetrokken.

    Onderzoek naar examenkwaliteit vindt plaats bij een willekeurige steekproef van opleidingen. Bij onvoldoende examenkwaliteit krijgt de instelling direct bij de eerste constatering een formele waarschuwing. Na een jaar verbetertijd volgt een onderzoek naar kwaliteitsverbetering. Als het dan nog niet verbeterd is, kan de examenlicentie ingetrokken worden. Dat is vorig jaar bij vier opleidingen gebeurd. Deze opleidingen zijn inmiddels door de instelling stopgezet, waardoor ze niet op de internetlijst staan.

  3. Is het waar dat rapporten ouder dan 15 maanden worden verwijderd, omdat dan niet zeker is dat het rapport de actuele situatie weergeeft? Betekent dit dat een opleiding nog steeds zeer zwak kan zijn en toch van de lijst zeer zwakke scholen kan zijn gehaald?

    Antwoord:
    Dat klopt. In 2009 zijn de onderzoeken naar kwaliteitsverbetering van de examens later gepland. De reden is dat de inspectie extra onderzoek moest doen naar evc-procedures en naar leveranciers van exameninstrumenten. De betreffende onderzoeken naar kwaliteitsverbetering vinden momenteel plaats, waardoor de inspectie over twee maanden weer de gebruikelijke periode van een jaar hanteert. Het zal dan nauwelijks nog voorkomen dat er een opleiding met een oud rapport op de lijst staat.

    Vrijwel alle zeer zwakke opleidingen en opleidingen met onvoldoende examenkwaliteit krijgen dus na een jaar een onderzoek naar kwaliteitsverbetering.

  4. Om welke reden worden (zeer) zwakke opleidingen niet ieder jaar beoordeeld door de onderwijsinspectie? Deelt u de mening dat er juist bij (zeer) zwakke scholen binnen een jaar opnieuw onderzoek moet worden gedaan om te meten wat de vooruitgang is?

    Antwoord:
    Zie het antwoord op vraag 3. De afwijkende planning heeft zich in hoofdzaak voorgedaan bij opleidingen met onvoldoende examenkwaliteit.

  5. Aangezien uit de verslagen van de onderwijsinspectie blijkt dat de minister de instelling een waarschuwing kan geven, heeft u dit bij deze opleidingen gedaan? Zo niet, waarom niet en wat zijn de overwegingen om dit niet te doen?

    Antwoord:
    In 2008 zijn bij alle opleidingen met onvoldoende examenkwaliteit 2007-2008 waarschuwingen gegeven. Een aantal opleidingen blijkt dit onlangs nog niet hersteld te hebben, waardoor hier het voornemen om de examenlicentie in te trekken gestart zal worden. Ook bij opleidingen met onvoldoende examenkwaliteit in 2009 zullen waarschuwingen gegeven worden.

    Opleidingen met onvoldoende onderwijskwaliteit krijgen een waarschuwing als de kwaliteit na een jaar nog steeds onvoldoende is. Dit is in het verleden enkele malen gebeurd, waarna deze opleidingen zich alsnog hersteld hebben. In enkele gevallen in het verleden is er vanwege bijzondere omstandigheden meer verbetertijd gegeven.

    Er staan veel opleidingen op de internetlijst van de inspectie die nog in hun eerste verbetertijd zitten en nog geen tweede onderzoek gehad hebben. Deze hebben dus ook nog geen waarschuwing gekregen.

  6. Krijgen de opleidingsinstituten die meerdere zwakke opleidingen hebben extra aandacht van de onderwijsinspectie, evenals hun bestuurders?

    Antwoord:
    De inspectie zal in 2010 meer maatwerk in het toezicht aanbrengen, met dien verstande dat instellingen die aantoonbaar betere kwaliteit leveren een terughoudender toezicht krijgen en de instellingen met een cumulatie van problemen intensiever toezicht. Dit plan is opgenomen in het toezichtkader voor 2010. In het najaar zal de inspectie de indeling van instellingen in toezichtsklassen bekend maken als onderdeel van de dan te publiceren instellingsprofielen.

    In 2010 voert de inspectie verder een themaonderzoek uit naar het bestuurlijk vermogen van de bve instellingen, dat wil zeggen de mate van kwaliteitsbeheersing en het interne toezicht. De inspectie verwacht dit onderzoek uit te kunnen voeren in het tweede kwartaal van 2010.

  7. Kent u de klachten over de ROC’s die de studenten in Amsterdam Slotervaart hebben neergelegd hebben bij het stadsdeel? Kent u de klachten dat er sprake is van een grote hoeveelheid lesuitval? Zijn er leerlingen die al anderhalf jaar geen les krijgen in Nederlands of Engels? Deelt u de mening dat dit onacceptabel is, zeker gezien de inspanning die wordt geleverd om jongeren uit overlastsituaties te halen en een opleiding te laten volgen?

    Antwoord:
    De inspectie heeft met het stadsdeel Slotervaart afgesproken dat zij de signalen ontvangt die het stadsdeel momenteel verzamelt. In principe moeten klachten bij de instelling zelf ingediend worden, maar de inspectie kan bij ernstige signalen contact met de instelling opnemen en om opheldering vragen dan wel zelf een onderzoek instellen. De berichten die tot nu toe in de pers verschenen zijn kunnen duiden op ernstige en onacceptabele misstanden, maar dat moet wel zorgvuldig uitgezocht worden voor ik het kan bevestigen.

  8. Als studenten die school verzuimen een boete kunnen krijgen, wat is dan de sanctie voor ROC’s die langere tijd bepaalde lessen niet verzorgen?

    Antwoord:
    Op het niet verzorgen van bepaalde lessen op zichzelf bestaat geen sanctie, behalve als het onderdeel is van op meer fronten tekortschietende kwaliteit. Als hierdoor het aantal verzorgde klokuren onderwijstijd onder de 850 per jaar zakt, dan staan daar forse financiële sancties tegenover. Momenteel bereid ik dergelijke sancties bij een aantal instellingen voor.

  9. Is er onderzoek verricht naar de oorzaken van slecht presterende mbo-opleidingen? Is er een verband met een te grote uitval van lessen en met de toename van het inzetten van instructeurs in plaats van docenten?

    Antwoord:
    Bij elke opleiding waar onvoldoende onderwijskwaliteit geconstateerd wordt, kijkt de inspectie ook naar de oorzaken. Veel voorkomende factoren zijn een slechte organisatie van het onderwijs, hetgeen leidt tot onduidelijkheid over het programma en de begeleiding, teveel lesuitval of te weinig structuur voor deelnemers en docenten en verder problemen in personeel en management. Er is geen informatie over een oorzakelijk verband met het inzetten van instructeurs. Hier is verder geen overall-analyse van gemaakt.

  10. Is er een verband tussen de kwaliteit van de mbo-instellingen en de hoeveelheid onderwijstijd die in de bedrijven of op school wordt doorgebracht?

    Antwoord:
    Als er te weinig onderwijs gegeven wordt, neemt de kans op ondoelmatige leerwegen toe. De student heeft recht op een goed geprogrammeerd rooster voor vijf dagen per week en op voldoende interactie met bevoegde docenten. Daarom weegt dit aspect zwaar mee in het totaaloordeel over de kwaliteit van de opleiding.

  11. Bent u op de hoogte van het feit dat de manager van het zeer zwakke Mediacollege van het ROC van Amsterdam stelt 1) dat zijn opleiding niet zeer zwak is, maar dat de inspectie nog niet goed ingericht is op het onderwijs waar weinig klassikaal les wordt gegeven? Wat vindt u van deze opmerking? Is hier sprake van de spookrijder die klaagt dat er zoveel spookrijders op de weg zitten?

    Antwoord:
    De visie van het Media College is mij bekend. Ik deel deze opvatting niet. Het gaat bij de beoordeling van de onderwijskwaliteit niet om het wel of niet klassikaal werken, maar om het verzorgen van effectief en doelmatig onderwijs met voldoende inzet en ondersteuning door leerkrachten, met welke werkvorm dan ook. Daarvan is bij deze opleiding geen sprake.

  12. Kunt u toezeggen dat de onderwijskwaliteit op de mbo-instellingen die nu zeer zwak zijn volgend jaar weer goed is? Antwoord:
    Dat kan ik niet. De instelling moet dit zelf tijdig op orde brengen. De opleidingen die nu zeer zwak zijn, zitten deels in hun eerste verbeterjaar en deels in hun tweede verbeterjaar. Van de eerste groep is het mogelijk dat een klein deel er volgend jaar ook nog opstaat. De tweede groep, zal naar verwachting volgend jaar niet meer op de lijst voorkomen, behoudens bijzondere omstandigheden. Zijn ze onverhoopt toch niet op orde, dan zitten ze in een sanctietraject en gedurende die tijd blijven ze op de lijst staan.

    De inspectie heeft hier het toezicht geďntensiveerd. De instelling moet voor deze opleidingen een plan van aanpak maken dat door de inspectie beoordeeld wordt op doelgerichtheid en uitvoerbaarheid. Tussentijds kan de inspectie de voortgang monitoren.

    Verder voert de inspectie in 2010 maatwerk in het toezicht in (zie vraag 6) waardoor zorgelijke instellingen nog scherper toezicht krijgen.

  13. Wanneer worden de resultaten openbaar van studieopbrengsten en resultaten, tevredenheid docenten, tevredenheid studenten en tevredenheid regionale werkgever van alle mbo-opleidingen, ook van degene die niet zeer zwak zijn?

    Antwoord:
    In het najaar publiceert de inspectie instellingsprofielen. Hierin staat voor elke instelling de prestaties in de opbrengsten, dat wil zeggen de diplomering, de uitkomsten van onderzoeken naar onderwijs- en examenkwaliteit en de financiële situatie. Ook de tevredenheid van de deelnemers mits daar voldoende informatie over is, komt daarin te staan. Er zijn geen landelijke gegevens beschikbaar over de tevredenheid van de docenten en de regionale werkgevers. Momenteel voer ik samen met MBO Raad en werkgeversorganisaties enkele pilots uit om de tevredenheid van de werkgevers te peilen. Indien dit tot bruikbare informatie leidt, is het mogelijk dat ook in het profiel op te nemen.
1) Algemeen Dagblad, 2 februari 2010
Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mw. Van Bijsterveldt-Vliegenthart, over slecht onderwijs in het mbo. (Ingezonden 4 februari 2010)
  1. Wat is uw oordeel over het bericht waaruit blijkt dat de lijst van zeer zwakke mbo-opleidingen slechts het topje van de ijsberg is? 1)

    Antwoord:
    Op de internetlijst van de inspectie staan de opleidingen van onvoldoende examenkwaliteit en de opleidingen van onvoldoende onderwijskwaliteit. Van onvoldoende examenkwaliteit is sprake als de examinering niet aan de examenstandaarden voldoet. Van onvoldoende onderwijskwaliteit is sprake als de opleiding (1) te weinig opbrengsten behaalt, cq. te weinig gediplomeerden oplevert, én (2) het onderwijsproces ernstige tekortkomingen vertoont. Onvoldoende examenkwaliteit zegt niets over de onderwijskwaliteit en andersom. De opleidingen van onvoldoende onderwijskwaliteit worden zeer zwak genoemd.

    De zwákke opleidingen staan níet op de lijst. Zwakke opleidingen zijn opleidingen waarvan de opbrengsten niet voldoen aan de norm óf het onderwijsproces niet voldoet aan de norm. Net als in het po en vo, worden de zwakke opleidingen niet gepubliceerd op de internetlijst maar zijn wel te vinden in de openbare inspectierapporten van de individuele scholen.

    De internetlijst van zeer zwakke mbo opleidingen is een dynamische lijst die elke maand aangepast wordt. Er gaan dus per maand opleidingen van de lijst af waar herstel geconstateerd is, en er komen opleidingen bij waar tekortkomingen vastgesteld zijn. De lijst is dus nooit definitief.

    Daarbij hecht ik eraan u te informeren over het feit dat momenteel veel onderzoeken in de pijplijn zitten. De komende maanden zullen verbeterde opleidingen verdwijnen, maar er zullen zeker ook opleidingen bijkomen. De lijst zal naar verwachting behoorlijk uitgebreid worden, want in de periode naar de zomer worden de onderzoeken naar de examens 2009 in het mbo afgerond. Dit levert maandelijks nieuwe gegevens op voor de internetlijst.

  2. Is de inspectie voor het mbo “een soort brandweer die alleen uitrukt als hij ergens rook ziet”? Gaat de inspectie pas op onderzoek bij klachten of hoge uitvalcijfers, zodat zwakke opleidingen die genoeg diploma's uitreiken onopgemerkt blijven?

    Antwoord:
    Zie ook het antwoord op vraag 1. De Inspectie ‘rukt’ niet alleen uit bij ‘rook’. Dan kan het al te laat zijn. De risicogerichte benadering is juist gegrondvest op veel meer harde data dan alleen klachten en uitvalcijfers, teneinde al een vroegtijdige signalering te krijgen. Om de kans zo klein mogelijk te maken dat kwalitatief onvoldoende opleidingen de ‘dans’ ontspringen, verricht de Inspectie periodiek een validatie-onderzoek bij een aselecte steekproef van opleidingen om haar eigen methodiek van risicogericht werken te ijken. Het toezicht op de kwaliteit van de examinering vindt jaarlijks plaats op basis van een steekproef.

  3. Wat gaat u ondernemen om ervoor te zorgen dat zwakke opleidingen eerder worden opgemerkt?

    Antwoord:
    Ten eerste verbeteren de te gebruiken gegevens voor de risicoanalyse geleidelijk. Zo gaat de inspectie bij de risicoanalyse in 2010 diplomagegevens per opleiding gebruiken. Ook heb ik mij samen met het JOB en de MBO Raad sterk ingezet om de respons van de JOB Monitor te verhogen. Ook ben ik bezig om de jaarrapportage van de instelling over de geleverde prestaties flink te verbeteren.

    Overigens is het zo dat tot 2006, toen de inspectie nog niet risicogericht werkte, zij eens in de drie jaar bij een mbo instelling maximaal tien opleidingen onderzocht. De dekking is met de invoering van het selectieve toezicht aanzienlijk completer geworden.

    Wat betreft de examenkwaliteit werkt de inspectie met een aselecte steekproef. Omdat instellingen van tevoren niet weten welke opleidingen onderzocht worden én omdat de gevolgen bij constatering van onvoldoende examenkwaliteit ernstig kunnen zijn (intrekken examenlicentie), heeft alleen al deze werkwijze een behoorlijk effect op instellingen.

  4. Wat zegt het u dat de MBO Raad “heel tevreden” is over het rapport van de inspectie en het aantal zwakke opleidingen?

    Antwoord:
    Ik neem daar kennis van. Ik ben niet tevreden. Elke (zeer) zwakke opleiding is er een teveel.

  5. Wat is uw oordeel over de “honderden klachten” die stadsdeelvoorzitter Marcouch heeft ontvangen over roosterproblemen, lesuitval, het ontbreken van schoolboeken en andere basisvoorwaarden bij verschillende mbo-instellingen in Amsterdam Slotervaart? 2)

    Antwoord:
    De inspectie heeft met het stadsdeel Slotervaart afgesproken dat zij de signalen ontvangt die het stadsdeel momenteel verzamelt. In principe moeten klachten bij de instelling zelf ingediend worden, maar de inspectie kan bij ernstige signalen contact met de instelling opnemen en om opheldering vragen dan wel zelf een onderzoek instellen. De berichten die tot nu toe in de pers verschenen zijn, kunnen duiden op ernstige en onacceptabele misstanden, maar dat moet wel zorgvuldig uitgezocht worden voor ik het kan bevestigen. Ik heb zelf bij het stadsdeel Slotervaart navraag gedaan. Tot dusver heb ik slechts vier concrete klachten mogen ontvangen van die kant.

  6. Bent u bereid deze klachten te onderzoeken en de Kamer over uw conclusies te informeren?

    Antwoord:
    Zie vraag 5. Vanzelfsprekend zal ik de Inspectie vragen om deze klachten serieus te bekijken en te betrekken bij de inrichting van het risicogerichte toezicht. Via het Onderwijsverslag zal ook de Tweede Kamer worden geďnformeerd. De publicaties van rapporten over individuele instellingen zijn via de website van de Inspectie toegankelijk.

  7. Hoe is het mogelijk dat sommige leerlingen “een jaar lang geen Nederlandse les kregen”? Hoe kan het dat u hier niet tegen heeft opgetreden, aangezien dit niet via de inspectie, maar via een meldpunt naar buiten is gekomen?

    Antwoord:
    De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs, en betrekt ook klachten bij haar toezicht. Als dergelijke signalen niet bij de inspectie terecht komen, kan de inspectie hier niets mee doen.

    Mijn beleid is erop gericht om het belang van Nederlandse les in mbo-opleidingen te versterken. Dit doe ik door de eisen aan de beheersing van de Nederlandse taal goed te verankeren in de kwalificatie-eisen van mbo-opleidingen en door met centrale examens Nederlands te beoordelen of de studenten aan deze eisen voldoen. Ik heb hiertoe, samen met staatssecretaris Dijksma, het wetsvoorstel Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen bij de Tweede Kamer ingediend. Daarbij investeer ik in de komende jaren 50 mln euro per jaar in het mbo voor taal en rekenen.

  8. Wat is uw oordeel over het artikel “Mijd de mbo-school in de grote stad”? 3)

    Antwoord: Ik heb kennis genomen van dit artikel. We moeten reële problemen niet onder stoelen of banken steken. Het artikel en zeker ook de titel ervan doen echter geen recht aan de grote inspanningen van mbo-instellingen in de grote steden.

  9. Hoe kan het dat een docent “elke middag zijn klas in de steek liet en een stagiaire voor de klas zette”? Is dit toegestaan en vindt u dit aanvaardbaar?

    Antwoord:
    Net als u vind ik dit niet aanvaardbaar. Bij de controles van de inspectie naar onderwijstijd geldt de bereikbaarheid en aanspreekbaarheid van een docent als belangrijke voorwaarden. Bij concrete signalen zal de inspectie het bestuur van de instelling hierop aanspreken.

  10. Hoe kan het dat leerlingen “vaak voor niets op school kwamen door voortdurende lesuitval”? Wat onderneemt u hiertegen?

    Antwoord:
    Instellingen moeten voor alle opleidingen voldoen aan de onderwijstijdnormen. Lesuitval kan ertoe leiden dat de gerealiseerde onderwijstijd onder de norm zakt. Als de inspectie dit bij controles tegenkomt, kan ik – na hoor en wederhoor - financiële sancties treffen. Er lopen momenteel een aantal sanctietrajecten. In 2010 vinden opnieuw controles plaats naar onderwijstijd, nu vooral bij die instellingen die zich hier hardnekkig in tonen.

  11. Wat is uw oordeel over de opmerking: “Er heerst totaal geen orde of discipline. Vooral op mbo 1 niveau is er een hele groep die de hele dag in de kantine rondhangt en aan het tafelvoetballen is”?

    Antwoord;
    Als dit klopt, vind ik dat onacceptabel.

  12. Hoe verklaart u de negatieve berichten over het onderwijs in het mbo? In hoeverre spelen zaken als schaalvergroting, autonomie, financiering en competentiegericht onderwijs hierbij een rol?

    Antwoord:
    In de berichten over het mbo die naar aanleiding van de internetlijst van de inspectie in de pers verschijnen, wordt soms wel veel op één hoop gegooid. Ik deel niet de opvatting dat schaalvergroting, toenemende autonomie en de modernisering van het mbo persé tot onvoldoendes zou moeten leiden. Ik zie in ieder geval grote verschillen in kwaliteit tussen instellingen onderling.

    In het najaar 2010 zal de inspectie instellingsprofielen publiceren om ook de verschillen tussen mbo-instellingen onderling transparant te maken. Hierin zal de inspectie een indeling van instellingen in toezichtsklassen opnemen. Op basis hiervan zal de inspectie in 2010 meer maatwerk in het toezicht aanbrengen, met dien verstande dat instellingen die aantoonbaar betere kwaliteit leveren een terughoudender toezicht krijgen en de instellingen met een cumulatie van problemen geďntensiveerd toezicht. Dan is beter te zien welke instellingen de kwaliteit op orde hebben en ‘in control’ zijn, bij welke instellingen zich nog wel problemen voordoen, maar niet overal, en bij welke instellingen zich een cumulatie aan problemen voordoet.

  13. Zijn deze berichten voor u aanleiding om grondig na te gaan hoe het middelbaar beroepsonderwijs kan worden verbeterd? Bent u bereid open te staan voor mensen die constructieve ideeën hebben over gewoon goed onderwijs?

    Antwoord:
    Beide vragen: ja, dat doe ik reeds.

  14. Bent u bereid klachten van docenten en leerlingen te inventariseren – bijvoorbeeld via een Meldpunt - zodat u veel actiever op de hoogte wordt gesteld van de situatie in het mbo en tevens aan de slag kan gaan met suggesties voor verbeteringen?

    Antwoord:
    Ik heb de afgelopen dagen de klachten geďnventariseerd van de zijde van JOB en stadsdeel Slotervaart. Ook zijn er afspraken met het JOB en met leerplichtambtenaren en nu ook met stadsdeel Slotervaart om signalen aan de inspectie door te geven. In alle gevallen gaat de Inspectie daar serieus mee om.
1) Trouw, 2 februari 2010
2) Metro, 2 februari 2010
3) NRC Handelsblad, 3 februari 2010

Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van het lid Depla (PvdA).

Vorige pagina