14 oktober 2009

Bijdrage lid Staf Depla (PvdA) aan AO Stapelen en Doorstromen

Gesproken woord geldt!

Voorzitter
Leerlingen moeten het beste uit zichzelf kunnen halen. Tussenstappen gedurende de leerweg beschouwen wij als vooruitgang, niet als inefficiŽnt. Leerlingen verschillen immers in aanleg, tempo van ontwikkeling en ambities. De PvdA is dan ook voor ruim baan voor stapelen en doorstromen. Het is goed dat het kabinet de uitvoering van deze aanbeveling van de commissie Dijsselbloem ter hand heeft genomen, door:
  1. De maximale verblijfsduur in het vmbo af te schaffen,

  2. Vmbo-ers de mogelijkheid te bieden om een tweede vmbo-diploma te behalen

  3. De toegankelijkheid van het volwassenonderwijs te vergroten door het open te stellen voor alle gediplomeerde voortgezet onderwijs leerlingen.

  4. Het uitwisselen van docenten tussen vmbo en mbo niet meer te belasten met een BTW-heffing van 19%, waarmee onnodige uitval voorkomen kan worden.
Het kabinet neemt daarmee niet alleen in woord maar ook in daad afscheid van het idee van de jaren negentig dat stapelen een inefficiŽnte leerroute zou zijn.

Aanvullend hebben we nog een aantal voorstellen, gericht op verminderen en voorkomen van tijdsverlies bij het stapelen en doorstromer. Dat is goed voor deze jongeren en het is een vorm van slimmer met onze onderwijs-euro's omgaan.

1. We ondersteunen voorstellen vanuit vakcolleges om leerlingen de mogelijkheid te bieden een mbo2 diploma te behalen zonder een apart vmbo-traject

Vakcolleges zijn bedoeld voor leerlingen die al vroeg weten wat ze willen worden, die een praktische opleiding willen. Daarmee wordt tijdwinst geboekt, leertijd beter benut en voortijdig schoolverlaten voorkomen.

2. VMBO-t
Vanuit vmbo-t stromen jongeren door via mbo naar hbo of via havo naar hbo. Daar gaat nog veel mis en wordt ook nodeloos veel tijd verloren.
Jongeren die doorstromen naar het mbo moeten beter voorbereid worden, door bv praktijkstages en meer aandacht voor beroepsoriŽntatie. Er vallen nu teveel jongeren uit omdat ze niet voorbereid zijn op beroepskeuze in het mbo. (en de overgang naar te weinig gestructureerde opleiding). En voor jongeren die naar havo willen doorstromen zou meer tijd gestoken moeten worden in het voorbereiden van algemene vakken voor havo. De doorstroom van vmbo naar havo is ongeveer 20% en dus ruim boven het niveau van voor de invoering van het vmbo.
Wanneer vmbo-t scholen de ruimte krijgen om hun programma's aan te passen is de kans op succesvolle doorstroming naar havo of mbo groter. Bent u bereid in kaart te brengen of scholen belemmeringen hebben (bv in roosters of onderwijstijd) om dit door te voeren?
  1. MBO scholen zeggen 'maatwerk te leveren'. Dat kunnen ze in de praktijk vaak nog niet waarmaken. Door meer maatwerk en daardoor verminderen van de overlap zouden vmbo-scholieren 1 tot 1/1/2 jaar sneller door het mbo kunnen gaan (oa op weg naar het hbo) NB:50% van mbo 4 niveauleerlingen stroomt door naar hbo.

  2. In het onderwijs moeten er mogelijkheden voor betaalde huiswerkbegeleiding komen, als variant naast de verlengde schooldag, conform het advies van de Onderwijsraad. Dit is van belang voor alle leerlingen met leerachterstanden en leerproblemen. Is het kabinet bereid dit te onderzoeken en mee te nemen in de heroverwegingsoperatie?

  3. [Niet elke leerling heeft evenveel onderwijstijd nodig. Sommige leerlingen komen niets tekort als zij wat minder lesuren volgen terwijl anderen de lestijd keihard nodig hebben. Scholen moeten de mogelijkheid krijgen om onderwijstijd (minimumurennorm) te differentieren naar schooltype.]

  4. Meer aandacht voor voorbereiding van stapelaars die in HBO terechtkomen, omdat daar veel doorstromers alsnog uitvallen. HBO-instellingen moeten daar meer inspanningen voor leveren. Maar op vmbo en mbo meer aandacht voor studievaardigheden, Nederlands, Engels en wiskunde zodat leerlingen niet alsnog uitvallen als ze op het hbo aankomen.

  5. In kaart brengen waar bij stapelaars tijdwinst kan worden geboekt. In het belang van leerlingen en studenten, en interessant voor de werkgroep heroverweging. Hierbij gaat het immers om een vorm van productiviteitswinst die niet leidt tot grotere klassen. Met name door bv volwassenonderwijs (VAVO) nog meer ruimte te geven. En bijvoorbeeld de mogelijkheid om, net als in buitenland, kinderen in de zomer bij te spijkeren i.p.v. eenzelfde klas te laten overdoen. Of de mogelijkheid een deel van het mbo programma voor kinderen die het aankunnen om al op het vmbo te starten. Is het kabinet bereid dit in de heroverweging mee te nemen?
Laatbloeiers en vroegselectie
Vroegselectie in het onderwijs betekent dat laatbloeiers tekort wordt gedaan. Dat blijkt ook uit het internationaal vergelijkend onderzoek dat vandaag op de agenda staat. [Turkse jongeren leggen door de vroege selectie in Nederland in vergelijking met andere Europese landen een relatief lange route af naar het hoger onderwijs. Nederland scoort qua opleidingsniveau gemiddeld. We doen het beter dan de Duitsers omdat de kinderen daar pas op hun 6e naar schoolgaan. Maar slechter dan de Fransen omdat de kinderen daar al op 2 jarige leeftijd naar " school" gaan. Wij halen dat voor een deel weer in omdat de stapelmogelijkheden via het MBO goed benut worden.] De oplossing is niet om voor iedereen uniform de schoolkeuze uit te stellen. Dan doen we kinderen tekort die beter met de handen leren.

De PvdA steunt het kabinetsbeleid om door voorschool en focus op taal en rekenen in het basisonderwijs de taalachterstanden weg te werken. Samen met schakelklassen lopen jongeren hun achterstand in en kunnen dan meteen doorstromen naar het niveau dat bij ze past. Wel moet het voor jongeren in het vmbo die nog niet weten welke sector ze willen kiezen op meer plekken mogelijk worden om die sectorkeuze uit te stellen. Hetzelfde geldt voor de invoering van domeinen in het mbo.

Bij de schakelklasleerlingen blijken de taalprestaties omhoog te gaan zonder dat de rekenprestaties eronder lijden. Wat gaat het kabinet doen om dit te stimuleren en uit te breiden? Onderadvisering van kinderen uit lagere sociale milieus draagt er aan bij dat jongeren op te laag vervolgonderwijs terecht komen. Hierdoor lopen we het risico dat talent wordt verspeeld of in het beste geval nodeloos tijd wordt verloren. Op de dag dat VMBO 10 jaar bestond kwam uit onderzoek van de universiteit van Maastricht naar buiten dat 25% van de vmbo-leerlingen het onderwijs niet uitdagend genoeg vindt. Kan het zijn dat dit mede veroorzaakt wordt door onderadvisering? Graag reactie van staatssecretaris. En hoe kunnen we deze onderzoeksresultaten door laten werken in het vmbo?

Vorige pagina