26 januari 2010

Schaalvergroting onderwijs aan banden. Wetsvoorstel fusietoets krijgt steun Tweede Kamer

De PvdA vindt de menselijke maat in het onderwijs belangrijk. Kennen en gekend worden. Te ver doorgeschoten schaalvergroting in het onderwijs heeft afbreuk gedaan aan het gevoel dat het onderwijs van ons allemaal is. De regering is op verzoek van de Motie v Dijk/Depla snel met een wet gekomen die er voor moet zorgen dat schaalvergroting in het onderwijs ingeperkt wordt. Deze wet is vandaag unaniem in de Tweede Kamer aangenomen.

In Kamer lijkt ook meerderheid te ontstaan voor ons voorstel om schaalverkleining mogelijk te maken en de invloed van de afzonderlijke scholen tov hun eigen schoolbestuur te vergroten. Opvallend was dat D66 weer niet aan debat deelnam. Pechtold was die middag ergens in het land een lint aan het doorknippen.

Lees mijn inbreng in het debat

Het wetsvoorstel is aangenomen met steun van alle partijen. Kern van het wetsvoorstel is:
  1. Het wetsvoorstel is geen fusieverbod maar een fusietoets. Dit steunt de PvdA omdat anders fusies die wel tot kwaliteitsverbetering leiden of fusies die er juist op gericht zijn om vermindering van het schoolaanbod te voorkomen (bv in gebieden waar de bevolking krimpt) onmogelijk worden gemaakt.

  2. In het wetsvoorstel is geregeld dat er bij de beoordeling van fusies wordt gekeken naar de legitimiteit van de fusie en de effecten ervan op de keuzevrijheid en variëteit. De legitimiteit wordt op school niveau beoordeeld. De effecten op de keuzevrijheid en de variëteit door de minister. Scholen of schoolbesturen mogen alleen fuseren als er een fusie effectrapportage is gemaakt en de medezeggenschap akkoord is. In de wet wordt vastgelegd waar de fusie effectrapportage een antwoord op moet geven. Op die manier worden bestuurders gedwongen vooraf in beeld te brengen of en hoe de voorgenomen fusie een bijdrage levert aan de verbetering van het onderwijs.

    De legitimiteit van een fusie valt of staat met de instemming van docenten, ouders en leerlingen. De school is immers een gemeenschap van ouders, leerlingen, docenten en bestuurders. Via een amendement krijgen de medezeggenschapsraden van MBO en HBO instellingen net als bij scholen in het basis en voortgezet onderwijs, ook instemmingsrecht voor de fusie. Een tweede amendement dat is aangenomen regelt dat in de fusie effectrapportage ook de opvatting van de betrokken gemeenten moet worden opgenomen.

  3. De minister hoeft pas te beoordelen of een fusie toegestaan is als de fusie-effectrapportage aan de eisen voldoet en het positief oordeel van de medezeggenschap op zijn bureau ligt. Dan gaat hij kijken of de keuzevrijheid van ouders in het geding is. Als die in het geding is kan hij de aangevraagde fusie afwijzen of goedkeuren. De keuzevrijheid raakt ook betrokkenen die niet in de medezeggenschapsraad vertegenwoordigd zitten: ouders van toekomstige leerlingen. Daarom de toets van de minister. Er komt een commissie die deze toets uitvoert. Met algemene regels moet de minister deze commissie vooraf instrueren. De PvdA vindt dat de beperking van de keuzevrijheid afgewogen moet worden tegen mogelijke alternatieven, demografische ontwikkelingen, bereikbaarheid van de school en aanbod van profielen in vo en sectoren en niveaus in het vmbo. Op die manier blijft de politieke verantwoordelijkheid bij de minister (vaststellen beleidsregels) maar wordt elke individuele fusietoets geen politiek besluit. Met een amendement hebben we dat scherper vastgelegd.

Tijdens de behandeling van het rapport van de commissie Dijsselbloem hebben we meer voorstellen gedaan om de menselijke maat en het herstel van vertrouwen te ondersteunen. Deze voorstellen zijn in debat allemaal weer aan de orde gekomen. En de steun in de Kamer ervoor neemt toe. Naast de fusietoets zou onder voorwaarden defuseren ook mogelijk moeten worden. De onderwijsraad studeert daar nu op. Voor de zomer komt de minister met voorstellen op basis van dit advies. Discussie is in de Kamer vooral over de vraag of dat alleen op initiatief van de ouders mag of ook op initiatief van docenten. Ook is er steun om de positie van afzonderlijke scholen tov de schoolbesturen te versterken. Een mogelijkheid is de lumpsumfinanciering niet aan bestuur maar aan aangesloten scholen over te maken. Of een minder vergaande variant de afzonderlijke scholen krijgen te horen hoeveel geld Den Haag overmaakt voor haar school. Tot slot lijkt er steun te bestaan voor ons voorstel om het stichten van scholen makkelijker maken, anders dan langsgeloofsrichtingen. De minister heeft toegezegd , op verzoek van CDA fractie om onderwijsjuristen daar onderzoek naar te laten doen.

Toelichting makkelijker stichten scholen
De kracht van het maatschappelijk middenveld is dat burgers initiatief kunnen nemen om scholen, corporaties of zorginstellingen op te richten. Dat is ook de basis van artikel 23. Naast openbaar onderwijs ook vrijheid van burgers om scholen op te richten. In de praktijk is die vrijheid zeer klein. Het onderwijs wordt gedomineerd door bestaande schoolbesturen. Daarom pleiten wij er ook voor om de stichtingsregels voor nieuwe scholen tegen het licht te houden om zo de basis van artikel 23 van de grondwet weer tot leven te wekken. In het voortgezet onderwijs hebben we het zo geregeld dat de bestaande schoolbesturen bepalen of er een nieuwe school mag komen of niet. En in het basisonderwijs bepaalt de denominatie of je een nieuwe school kan stichten of niet. Dit is vreemd. Ouders kiezen een school omdat hij in de buurt is, de kwaliteit, het onderwijs didactisch concept, de sfeer etc. En dan ook , maar niet bij de top 5, soms vanwege de denominatie. Voorbeeld in Friesland. Ouders wilden een nieuwe school stichten met bepaald didactisch concept. Kon gezien de geloofsrichting van de bestaande scholen, alleen als het een katholieke school zou worden. Hebben ze aanvragen gedaan voor een nieuwe katholieke school. De denominatie is er door de initiatiefnemers met de haren bijgesleept. Daar moeten we dus vanaf. In Artikel 23 is de vrijheid van onderwijs vastgelegd. De grondwettelijke vrijheid van richting slaat volgens de PvdA , gesteund door onderwijs juristen, op de vrijheid om in het bijzonder onderwijs eigen, al dan niet levensbeschouwelijke opvattingen, over de opvoeding van kinderen tot uitdrukking te brengen. Aldus zien wij de “richting” als een open, en niet vaststaand begrip, dat ook pedagogische visie kan omvatten. Dus niet per definitie gebaseerd moeten zijn op een levensbeschouwing of denominatie. (brond Mentink) Graag een reactie van de Minister en de toezegging dat bij de bespreking van het onderwijsraadadvies over defuseren ook de bestaande regels om scholen te stichten tegen het licht te houden. Alleen dan doen we recht aan artikel 23 dat burgers zelf scholen op kunnen richten.

Artikel 23 is te lang gekaapt geweest door confessionelen. Met artikel 23 van de grondwet in de hand willen we drie dingen:
  1. kwaliteit van het onderwijs bewaken: “kwaliteit onderwijs is aanhoudende zorg van de overheid”

  2. er is openbaar onderwijs

  3. ouders hebben vrijheid om eigen scholen te stichten (op die manier keuzevrijheid voor ouders garanderen. Geen individueel recht maar recht om als groep scholen te stichten en taak rijk om variëteit te bewaken (fusietoets)


Vorige pagina